Nooit oud genoeg om een inzicht te herzien. Over ‘Nationalisme’
In mijn essay over ‘ grenzen aan inlevingsvermogen’ neem ik, mede ingegeven door het boek van George Orwell uit 1945 over (kwaadaardig) nationalisme, een nogal stellig een kritisch standpunt in ten aanzien van het begrip nationaliteit. .
Onlangs beluisterde ik een lang gesprek tussen Yuval Harari en Ezra Klein waarin Harari juist pleit voor het omarmen van ‘nationaliteit’. En wat een toeval, laat ik nu net in het boek van Alicja Gescinska ‘Vrouwen in duistere tijden‘ in het hoofdstuk over Hannah Arendt lezen, dat zij net zo genuanceerd denkt als Harari en ook pleit voor het belang van nationaliteit. Dit deed mij beseffen dat mijn stellingname nuance verdient en dat ik ook nu weer op moet passen voor simplificatie vanuit een eigen ‘bubbel’.
De gedachten van Hannah Arendt en de analyses van Yuval Noah Harari bieden hierin een cruciale nuance: zij definiëren ‘nationaliteit’ en de natiestaat niet als een instrument van agressie, maar juist als een noodzakelijke voorwaarde voor menselijke waardigheid, rechtsbescherming en solidariteit.
1. Yuval Noah Harari: Nationalisme als ‘Fraternité’ en het Liefhebben van Vreemden
Waar de huidige politieke retoriek nationalisme vaak versimpelt tot vreemdelingenhaat, wijst Harari in zijn gesprek met Ezra Klein op een heel ander aspect, namelijk op fraternité (broederschap). Sinds de Franse Revolutie rust onze politieke orde op de triade, vrijheid, gelijkheid en broederschap. Waar het liberalisme zich de afgelopen decennia sterk heeft gericht op vrijheid en gelijkheid, heeft het de broederschap, de nationale gemeenschap, verwaarloosd.
Volgens Harari is de kern van nationalisme niet het haten van buitenstaanders, maar vooral het dragen van zorg en liefde voor vreemden binnen de eigen gemeenschap. De natie is geen organische stam of familie waarin iedereen elkaar persoonlijk kent. Het is een gedeeld verhaal dat miljoenen vreemden ertoe beweegt om offers voor elkaar te brengen: om belasting te betalen zodat anderen toegang hebben tot gezondheidszorg en onderwijs, of om lijf en leden te riskeren voor het collectief.
Wanneer leiders de natie van binnenuit verdelen en polariseren, ondermijnen zij juist dit positieve nationalisme. Nationalisme sluit vreemden niet inherent uit, maar is fundamenteel gebaseerd op de zorg en liefde voor buitenstaanders. Zonder zo’n verbindend nationaal verhaal brokkelt de sociale cohesie af en verliest een samenleving de basis om samen te werken.
2. Hannah Arendt: De Natiestaat als Garantie voor het ‘Recht op Rechten’
Dit sluit nauw aan bij het denken van Hannah Arendt, die vanuit haar eigen ervaringen met staatloosheid en totalitarisme wijst op het belang van nationaliteit. Arendt stelde vast dat de abstracte ‘Rechten van de Mens’ in de praktijk waardeloos bleken op het moment dat individuen hun nationaliteit verloren. Wie uit de nationale rechtsorde wordt gestoten (zoals vluchtelingen en staatlozen), verliest niet alleen zijn paspoort, maar ook de bedding waarin rechten kunnen worden opgeëist en gehandhaafd.
Nationaliteit is bij Arendt dus geen uiting van chauvinistische trots, maar de concrete politieke ruimte die de burger beschermt. De natiestaat fungeert als het instituut dat het fundamentele “recht om rechten te hebben” garandeert. Haar pleidooi voor nationaliteit is een pleidooi voor een stabiele, wettelijke gemeenschap waarin mensen als individu en collectief verantwoordelijkheid dragen voor de publieke zaak.
3. De Synthese: Een Moreel Kompas voor Verbondenheid
Wanneer we deze inzichten naast Orwells kritiek leggen, ontstaat er een scherpe grens tussen de twee verschijningsvormen van nationalisme:

Al met al voor mij dus een les in nuance. In mijn essay over ‘grenzen aan inlevingsvermogen’ ging het louter over die eerste vorm van nationalisme, waarbij ik een grens trek, daar waar het kwaad vergoelijkt wordt. Maar ik moet ervoor waken om de menselijke behoefte aan geborgenheid, traditie en een gedeelde identiteit, wat Orwell zelf een goedaardig patriottisme noemde, op één hoop te gooien met kwaadaardige ideologieën.
Het omarmen van nationaliteit in de zin van Harari en Arendt is geen verwerping van universele mensenrechten, maar juist voorwaarde dat we een gemeenschap nodig hebben om die universele waarden in de praktijk te beschermen.
Dit had ik kunnen bedenken. Een paar jaar geleden verdiepte ik mij samen met een paar goede vrienden in het concept van een ‘virtual state’. Juist bedoeld voor de miljoenen mensen wereldwijd die niet de mogelijkheid hebben om actief burger te zijn: ze zijn staatloos, vluchteling of hebben geen stemrecht in het land waar ze geboren of woonachtig zijn.

Geef een reactie